deze pagina
home
 nieuws1

De Puttenaer, 28 februari 2007
 
Museumboerderij Mariahoeve krijgt mooie oude uitstraling weer terug

PUTTEN - Het was een enorme bouwval, maar langzaamaan wordt de Mariahoeve in oude luister hersteld. De restauratie van de boerderij zelf is bijna klaar. Nu worden de bijgebouwen en het terrein onder handen genomen. Met man en macht wordt er gewerkt om in augustus het museum, de camping en de gelegenheid voor `bed en broodje' te openen.

door Jolette van Eijden

Putten krijgt er een prachtig herstelde, authentieke boerderij bij. ,,We proberen alles zó te restaureren dat de oude uitstraling behouden blijft”, vertelt Steven van Hell, een van de projectleiders namens het Puttens Historisch Genootschap. ,,Alles wat goed is, laten we zitten. Rotte delen vervangen we, maar we proberen hiervoor oude materialen te gebruiken als dat mogelijk is. En anders gebruiken we nieuw materiaal, dat we in zo'n kleur beitsen dat het oud lijkt.” Dat geeft soms nog wel eens aanleiding tot discussie. ,,De architect bijvoorbeeld wil het mooier maken, maar het gaat ons er juist om om de tand des tijds te tonen. Wat verrot is, moet vervangen worden, maar de oude uitstraling mag niet verdwijnen”, vindt Van Hell. ,,De aannemer voelt goed aan wat we bedoelen. Het wordt in stijl gerestaureerd.”
De aannemer krijgt hulp van een grote schare vrijwilligers. ,,Het is een trouwe club van circa zestien mannen en vrouwen. Ze verrichten hand en spandiensten en zijn overal inzetbaar. Poetsen, schilderen, zwaar werk als houthakken, zagen, spitten en sjouwen, alles doen ze. Het is fantastisch! Eén van de vrijwilligers, Brand van de Hoorn, is specialist in het opknappen van hooibergen. Hij heeft de grote hooiberg al af en nu is hij met de kleine bezig.”
Vier dagen per week wordt er op de Mariahoeve gewerkt en vanaf eind februari, als het grondwerk begint voor de bouw van het theehuis en de beheerderwoning, zelfs vijf dagen. Wanneer de grond wat droger is, wordt ook een start gemaakt met de aanleg van de camping met de overnachtingshutten.

Steven van Hell geeft een rondleiding om de vorderingen van de restauratie te tonen en ondertussen vertelt hij aardige anekdotes. ,,De boerderij was een bouwval en rond het huis was het een rotzooi. Alles was dichtgegroeid.” Hij beschrijft beeldend het uitgangspunt van de restauratie. ,,De eerste stap was daarom de rotzooi op te ruimen en te snoeien. Dat was in twintig jaar niet gedaan. Gelukkig kwam de restauratievergunning van het huis snel, want het dak lekte behoorlijk en het stond op instorten. Op de deel was al een hilt naar beneden gekomen. Het opknappen van het dak was een van de grootste klussen. De helft van de kapconstructie was vergaan en de balken waren doorgerot op de muren.”

We stappen de boerderij binnen in de `goot', de ruimte waar vroeger werd gekarnd en boter en kaas werd gemaakt. Daar lacht een prachtige estrikenvloer ons tegemoet. ,,Hier lag een houten vloer die helemaal verrot was. We haalden de planken eruit om te vervangen, maar tot onze grote verrassing kwamen toen deze prachtige plavuisjes tevoorschijn”, vertelt Van Hell.

In de goot is een deur naar de kelder, waar talloze weckpotten stonden met peertjes, appelmoes, bonen, pruimen, vlees, andijvie, selderij in zout en framboosjes op brandewijn. Inmiddels is de kelder schoongemaakt en opgeruimd en zijn de potten weer teruggezet op de planken.

In de huiskamer, ook wel de `heerd' genoemd, zijn de oude blauwe tegeltjes van de schouw met de mooie tegeltableaus al gerestaureerd. ,,Veel tegeltjes zaten los of waren al weg. Andere tegeltjes waren aangetast door vocht en schimmel, waardoor het glazuur en de afbeelding op sommige plekken is verdwenen. We hebben de tegeltjes opnieuw opgezet in cement en we konden de lege plekken opvullen met tegeltjes die we nog hadden.”
Eén stukje is niet betegeld, maar daar heeft Steven van Hell een verklaring voor: ,,Vroeger heeft hier een vaste houtkist gestaan. Die is er niet meer, maar in het museum De Tien Malen hebben we er nog eentje liggen en die komt hier straks te staan. Ook het meubilair dat in deze boerderij stond zetten we straks, als het gerestaureerd is, weer netjes op zijn plaats terug. Net als de kleding en het linnengoed dat in de kasten lag. Maar eerst moet er nog heel wat gewassen en gestreken worden.”

Steven van Hell laat nóg een verrassing zien waar ze tijdens de restauratie op stuitten. In de huiskamer, tussen twee bedsteden in, is een voorraadkast, waarvan Van Hell de vloer oplicht. De vloer blijkt een luik te zijn naar een geheim keldertje. ,,Hier vonden we een grote Keulse pot met een aardewerken schaal als deksel. In de pot zat een emmer groene zeep. In oorlogstijd hadden mensen vaak zo'n geheime bergplaats, bijvoorbeeld om clandestien geslacht vlees te verstoppen of andere dingen die voor de bezetter verborgen moesten blijven.”

Vanuit de bedstee onder de schouw biedt een piepklein raampje zicht op de stal. ,,Zo kon de boer vanuit z'n bed de koeien in de gaten houden”, vertelt Van Hell. ,,Zeker als een koe op kalven stond, was dat erg gemakkelijk.”
Boven de heerd is een ruimte waar je alleen vanuit de stal kon komen via een paar kleine traptreetjes. Maar dan moest je wel lenig zijn. ,,Pas toen we op de deel de boel hadden leeggehaald en opgeruimd, konden we op deze zolder komen. We vonden er onder andere het stalen geraamte van een vermoedelijk honderd jaar oude wieg en een stel kinderschaatsjes. Ook ontdekten we een later ingebouwd kamertje, waar in de oorlog onderduikers hebben gezeten.”
Op de deel is de originele `plee' te vinden, die waarschijnlijk nog lang in gebruik is geweest. Er is namelijk nooit een aansluiting op het riool gekomen. Wel is de boerderij indertijd aangesloten op de waterleiding, wat op de deel een aardige combinatie opleverde van een waterpomp met kraan.
De lemen vloer van de deel, de dorsvloer, vertoont nog flinke gaten. Er is net nieuw leem gearriveerd en binnenkort starten de vrijwilligers met het herstellen van de vloer.

Ze zijn al ver gevorderd, maar toch moet er nog wel heel wat gebeuren voor de museumboerderij haar deuren kan openen voor het publiek. Naar verwachting gebeurt dat in augustus van dit jaar, precies honderd jaar nadat Korstiaan van den Brink de boerderij bouwde.
,,Maar in elk geval wordt het oogstfeest hier gehouden op de eerste zaterdag in augustus”, zegt Steven van Hell. ,,Vorig jaar september is de rogge op de akker achter de boerderij ingezaaid, dus we kunnen er niet meer omheen.”

Terug naar vorige pagina....